Subsidieregeling zonnepanelen

Subsidieregeling zonnepanelen

Eigenaren van zonnepanelen kunnen nog tot en met 2023 de stroom die ze zelf opwekken en terugleveren aan het elektriciteitsnet volledig aftrekken van hun eigen energieverbruik. Het kabinet heeft die regeling met drie jaar verlengd.

Bron: Laurens Kok 

 

In het regeerakkoord was nog bepaald dat de zogeheten salderingsregeling vanaf 2020 zou worden afgebouwd. Dit gebeurt nu dus drie jaar later. Burgers en mkb-bedrijven die al zonnepanelen op het dak hebben liggen, of nog gaan leggen, profiteren hierdoor langer van korting op de energierekening. Volgens het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) betekent dit dat de investering in zonnepanelen die tot en met deze kabinetsperiode wordt gedaan in gemiddeld zeven jaar kan worden terugverdiend.

Het is de bedoeling dat tussen 2023 en 2031 de subsidie stapsgewijs helemaal wordt afgebouwd. Eigenaren van zonnepanelen krijgen vanaf 2031 de stroom die ze zelf hebben opgewekt en teruggeleverd alleen nog vergoed door hun energieleverancier.

Het was aanvankelijk de bedoeling dat de salderingsregeling te zijner tijd zou worden omgezet in een zogeheten terugleversubsidie, maar dit instrument bleek bij de uitwerking complexer dan gedacht, meldde minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat eerder dit jaar aan de Tweede Kamer. Daarom is nu gekozen voor een afbouw van de al bestaande salderingsregeling per 2023. Volgens Wiebes is de gekozen methode 'eenvoudig en gebruiksvriendelijk', blijft die voor huishoudens financieel aantrekkelijk en voorkomt die tegelijkertijd overstimulering.

Tegen 2030 is de prijs van zonnepanelen waarschijnlijk zodanig gedaald dat die ook zonder subsidie voldoende financieel aantrekkelijk zal zijn, stelt Wiebes.

Eigenaren van zonnepanelen die voor subsidie in aanmerking willen komen, worden vanaf 2023 verplicht over een energiemeter met minimaal een dubbele teller te beschikken, schrijft Wiebes. Deze meters zijn voor de Belastingdienst noodzakelijk om levering en teruglevering van energie afzonderlijk te kunnen meten.