Kracht van installatieveiligheid

Wettelijke verantwoordelijkheid

De aandacht voor installatieveiligheid neemt gelukkig toe. Bedrijven voelen de wettelijke verplichting en willen hun medewerkers een veilige werkomgeving bieden. Ze hebben echter moeite om mensen te vinden die installatieverantwoordelijkheid kunnen en willen dragen. In een reeks blogs schetsen we de uitdagingen en dragen we oplossingen aan. Om te beginnen, hoe zit het nu precies met de wettelijke verantwoordelijkheid?

Erno Mulders- Beheer en Onderhoud InduCon 21. 

Contact opnemen met Erno? Mail naar e.mulders@21groep.nl of neem contact op via LinkedIn

Arbo-besluit en NEN-norm

“Elektrische installaties zijn zodanig ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd.” Dat stelt artikel 3.4 van het Arbo-besluit. Norm NEN 3140 geeft daaraan invulling met onder meer een omschrijving van rollen en functies in relatie tot werk aan de installatie. Alleen deskundige, goed opgeleide en bevoegde werknemers of derden mogen elektrotechnische en bedieningswerkzaamheden aan de installatie uitvoeren. Wettelijk is dat dus zo vastgelegd en ook verzekeraars hechten daar groot belang aan.

Iemand aanwijzen

In principe is de eigenaar, c.q. de directeur van het betreffende bedrijf, installatieverantwoordelijk. De eigenaar/directeur draagt verantwoordelijkheid voor een veilige bedrijfsvoering en goede werking van de elektrotechnische installaties. Praktisch is dat in de industrie natuurlijk niet zo handig, zeker niet als de eigenaar/directeur niet deskundig is inzake dit soort installaties. Dan moet een andere persoon schriftelijk worden aangewezen die als installatieverantwoordelijke (IV) belast is met het beheer en onderhoud van de elektrische installaties voor laag-, midden- en hoogspanning. De als IV aangewezen persoon draagt de verantwoordelijkheid over het werken aan of bij een elektrische installatie, stelt daarvoor procedures op en houdt toezicht op de naleving ervan.

Halfslachtig

In de praktijk is het echter niet altijd zo goed georganiseerd. Zeker bij kleinere bedrijven komen we nog wel eens de situatie tegen dat er geen IV is aangewezen, omdat men zich niet überhaupt niet bewust is van de verplichting. Dan is de directeur/eigenaar, of wie er ook maar bij de KvK staat ingeschreven, echt installatieverantwoordelijk en dus aansprakelijk als er iets misgaat. Is men wel bekend met het fenomeen van installatieverantwoordelijke, dan nog komt het vaak voor dat men slechts halfslachtig aandacht besteedt aan installatieveiligheid.

Onzorgvuldig

Zo kan men bij oplevering alles nog onder controle hebben. De installatie is veilig ontworpen en gebouwd en ook goed gedocumenteerd. Het gaat vaak mis als er aanpassingen of uitbreidingen nodig zijn, als er wordt “bijgeknutseld”. Op dat moment verliest men de veiligheid van de installatie als geheel uit het oog en wordt men onzorgvuldig, want het moet allemaal snel, snel. De installatie mag immers niet te lang platliggen. Dan vergeet men de aanpassingen goed te documenteren en al helemaal om die door de IV te laten goedkeuren voor opname in het beheer van de installatie.

Buiten de deur

Maar ook als de installatieverantwoordelijkheid wel goed is geregeld, kunnen zich uitdagingen aandienen. Vaak is de IV een ervaren medewerker van de technische dienst; tegenwoordig is een opleiding op HBO-niveau voor deze rol toch wel vereist. Door de vergrijzing en een tekortschietende instroom van technisch talent zien we elektrotechnische kennis en ervaring echter meer en meer uit industriële organisaties verdwijnen, terwijl er geen opvolging te vinden is. Als gevolg van deze ontwikkeling worden technische diensten opgeheven of buiten de deur geplaatst en nemen technische dienstverleners het beheer van de installaties over.

Externe partner

Het IV-schap moet dan natuurlijk wel goed op orde zijn. Blijft een eigen, elektrotechnisch geschoolde medewerker, als een soort “laatste der Mohikanen”, de IV? Of is het verstandig om die externe partij, de technische dienstverlener, als gedelegeerde IV aan te wijzen. Want deze constructie is wettelijk toegestaan en biedt bovendien de nodige voordelen. Een externe partner heeft vaak al veel ervaring met het IV-schap en kan die rol dus efficiënter en met meer deskundigheid vervullen.

Praktische oplossing

Kortom, de wettelijke verplichting van installatieverantwoordelijkheid kan bedrijven (onbewust) voor problemen stellen, maar er is een praktische oplossing. In onze volgende blog laten we zien hoe InduCon 21 die rol als externe IV kan invullen.